Contact: 06-53400596

Schoudergordelsyndroom

Het schoudergordelsyndroom of Thoracic Outlet Syndroom (TOS) is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de vaat-zenuwbundel die in het schoudergebied ligt, bekneld raakt. Typische klachten zijn schouderpijn en zwakte in de arm bij het uitvoeren van activiteiten boven het hoofd (tennissen, schilderen, …). Het Thoracic Outlet Syndroom kan op verschillende manieren ontstaan. Het kan spontaan optreden of het gevolg zijn van een ongeval. Ook een verkeerde houding kan de symptomen veroorzaken.

De Thoracic Outlet is de ‘tunnel’ tussen het sleutelbeen en de eerste rib. Zenuwen en bloedvaten lopen door deze opening naar de arm, hand en schouder. Als deze bloedvaten en zenuwen worden afgeklemd in deze tunnel dan noemt men dit “Thoracic Outlet Syndroom” of schoudergordelsyndroom. Het komt voornamelijk voor bij jongvolwassen (20-40 jaar). Het is 3 tot 4 maal frequenter bij vrouwen.

In de meeste gevallen (meer dan 90%) zijn het enkel de zenuwen die worden afgeklemd (neurogeen TOS of NTOS), in sommige gevallen worden zowel de bloedvaten als de zenuwen afgeklemd. Wanneer een slagader is afgekneld noemt men dit een arterieel TOS (of ATOS), wanneer een ader bekneld zit een veneus TOS (VTOS).

De beknelling ontstaat meestal ter hoogte van het bovenste halsgedeelte en de borst. Dat kan op drie plekken gebeuren.

  • Tussen de spieren van de nek (Scalenuspoorten-zie 1)
    De ondersleutelbeenslagader en de onderste wortels van de plexus brachialis (dat is een armvlecht van takken van de onderste hals- en bovenste borstkaszenuwen) kunnen beklemd raken tussen voorste en middelste scheve halsspier (m. scalenus) bij het kruisen van de eerste rib. Dit is de meest voorkomende beknelling.• Tussen 1e of 2e rib en sleutelbeen (costo- claviculaire poort-zie 2)
    De ondersleutelbeen-, ader en/of slagader en/of de binnenste wortel kunnen beklemd raken achter het sleutelbeen in de ruimte tussen sleutelbeen en eerste rib (costaclaviculaire ruimte).• Tussen borstkas en de kleine borstspier m. pectoralis minor. (Pectorale poort-zie 3)
    De oksel-, ader- en of slagader en/of één van de zenuwen van de plexus brachialis (armvlecht van takken van de onderste hals- en bovenste borstkaszenuwen) kunnen beklemd raken tussen de pees van de kleine borstspier (m. pectoralis minor) en het ravenbekvormig uitsteeksel van het schouderblad (processus coracoïdeus).

Symptomen

De klachten van het schoudergordelsyndroom zijn afhankelijk van welke structuur in de beknelling is gekomen. De meeste klachten worden veroorzaakt door druk op de zenuw.

Kenmerkend voor al deze klachten is dat zij meestal ontstaan bij werkzaamheden waarbij de armen hoger dan de schouders worden gebracht: was ophangen, schilderen, op een schoolbord schrijven, het haar opmaken… Soms treden de symptomen ook ‘s nachts op.

• Vaak is er een zeurderige doffe of branderige schouderpijn bovenop de schouder, vooraan de schouder of aan de achterzijde van de bovenarm. Vaak is er ook sprake van uitstralende pijn in de nek, kaken en het achterhoofd.

• Een slapend of verdoofd en/of tintelend gevoel in de arm dit uitstraalt tot in de hand en de vingers.

• Soms is er een gevoel van verlies van controle van de hand waarbij men voorwerpen laat vallen en moeilijkheden met fijne motoriek.

• Een koud gevoel van de arm en bleekheid van de huid kunnen wijzen op een beknelling van de slagader (ATOS).
Zwelling en een gespannen gevoel van de arm, blauwe verkleuring van de hand en het opzwellen van oppervlakkig liggende aderen wijzen op beknelling van de ader (VTOS).

 

Oorzaken

Bij 90% van de patiënten wordt het syndroom veroorzaakt door beknelling van de armzenuwen. Bij de overige 10% zijn er afwijkingen in het (slag)aderlijke stelsel door directe beschadiging van de onder het sleutelbeen liggende ader of slagader.

Het Thoracic Outlet Syndroom kan op verschillende manieren ontstaan. Het kan spontaan optreden door een anatomische afwijking of het gevolg zijn van een ongeval, wanneer bijvoorbeeld het sleutelbeen of de eerste rib gebroken is of na een whiplash. Ook een verkeerde houding of bij bepaalde beroepen of sporten waarbij de scalenusspieren overmatig worden gebruikt en daardoor groter worden kan dit syndroom ontstaan. Dit komt vooral voor wanneer de armen veel omhoog worden gebracht zoals bij schilders, kappers, schoolleraren, en zwemmen, tennis, werpsporten (bv. rugby, cricket). Of wanneer men vaak met afhangende schouders werkt en steeds dezelfde bewegingen maakt met de arm (bv. aan een computerscherm, bij muzikanten). Ook het lang dragen van een zware rugzak (bv. militairen) zou tot een TOS kunnen leiden.

  1. Anatomische afwijkingen
    • Sommige mensen hebben een extra halsrib die bevestigd is aan een van de nekwervels. Alle normale ribben zitten aan de borstwervels. Hierdoor is er minder ruimte tussen het sleutelbeen en de eerste rib.• De eerste rib kan misvormd zijn of te hoog staan.• De aanhechting van de scalenusspieren (scheve halsspieren) aan de eerste rib kan dichter bij elkaar

zitten dan normaal of de scalenusspieren kunnen te dik zijn.

• Een (slag)ader of zenuw kan door de scalenusspier (scheve halsspier) heen lopen.

• Een slecht genezen breuk van het sleutelbeen. Dit kan zelfs jaren later nog tot een TOS leiden.

Afwijkingen leiden niet per definitie tot klachten, maar de kans erop neemt wel toe.

2. Een ongeval
Afknelling van de zenuwen (NTOS) ontstaat meestal na een trauma aan de nek.

• TOS komt veel voor na een whiplash bij een verkeersongeval. Meer dan de helft van de patiënten met NTOS maakte een verkeersongeval mee en meer dan 30% van de patiënten met een whiplash ontwikkelen NTOS. Het kan soms weken tot maanden duren eer er symptomen optreden.

 

  • Na een sleutelbeen- of ribbreuk kan op de plaats van de breuk extra bot worden gevormd, waardoor de zenuwen kunnen geklemd raken. Ook kan de breuk in een slechte stand genezen.Een trauma kan acuut zijn, maar kan ook het gevolg zijn van chronische belasting van spieren.3. Overbelasting of een verkeerde houding
    Langdurige statische of dynamische belasting of het langdurig aannemen van een slechte houding kunnen leiden tot overbelasting en uiteindelijk beschadiging van de (nek)spieren. Hierdoor kunnen kleine scheurtjes en bloedingen ontstaan, waardoor littekenweefsel wordt gevormd en de spieren dikker en korter wordt. Dit doet de kans op beknelling van zenuwen en/of bloedvaten toenemen.

    • Statische belasting ontstaat in beroepen waar men uren dezelfde houding moet aannemen, bijvoorbeeld bandwerkers, mensen die uren aan een beeldscherm werken, violisten en dwarsfluitisten

    • Dynamische stress wordt veroorzaakt wanneer voortdurend dezelfde bewegingen uitgevoerd worden. Beroepen of hobby’s waarbij de arm herhaaldelijk opgeheven wordt of waarbij zware lasten gedragen moeten worden zijn risicovol.

    • Bij een verkeerde houding worden sommige spieren te veel gebruikt en andere te weinig waardoor er een onevenwicht tussen de spieren ontstaat.

    • Het dragen van lasten (zware rugzak) op de schouders of een strak aangespannen beha bij vrouwen met zware borsten, waardoor het sleutelbeen naar beneden gedrukt wordt, kunnen eveneens aan de basis liggen van een TOS.

    TOS als gevolg van repetitieve stress gaat vaak gepaard met andere vormen van neurologische compressie in de arm zoals het carpaal tunnel syndroom.

Volg ons

Algemene voorwaarden

Contact

Schollenkamp 6
7271 RJ Borculo
06-53400596
info@sportmassageberkelland.nl

Achtergrond

cure_tape_logo_1    espo-examens   ivs

hartveilig-wonen     MTC-logo